Spuiten

Een verfspuit bestaat uit een hervulbaar vat waarop een spuitdeel is geplaatst dat via een slang met een compressor of met een vat met gecomprimeerde lucht is verbonden. Gebruik wordt gemaakt van het venturi effect.

De einduitvoering kan ‘groot’ zijn, met bijvoorbeeld een vat van een liter (nog draagbaar door de persoon die er mee rondloopt) en wordt gebruikt bijvoorbeeld voor het aanbrengen van lak op een auto. De uitvoering kan ook ‘klein’ zijn met een vaatje van enkele kubieke centimeters. Deze laatste uitvoering wordt¬†airbrush¬†genoemd en wordt bijvoorbeeld gebruikt om grafisch werk in te kleuren.

Voor bijvoorbeeld graffitiwerk wordt meestal een spuitbus gebruikt waarbij verf en drijfgas samen in √©√©n vat zijn samengebracht. Verfspuiten worden grofweg onderverdeeld in 2 hoofdcategorie√ęn, te weten:¬†HVLP¬†( High Volume Low Pressure)¬†Airless

HVLP machines worden in de regel gebruikt door consumenten, kenmerkend voor deze techniek is de bescheiden hoeveelheid nevel en kleine reservoirs die aan de spuitkop gemonteerd zijn. De snelheid van werken ligt in de regel lager in vergelijking tot de airless techniek. HVLP is afhankelijk van het vermogen en de type spuitkop geschikt voor (binnen)-latex en lak op synthetische als waterbasis.

Airless machines zijn in de regel groter en zwaarder dan HVLP machines en werken niet met een verfreservoir. Deze machines worden in het algemeen direct op de emmer aangesloten. Kenmerkend voor deze machines in vergelijking tot HVLP is de grotere snelheid van werken en de grotere hoeveelheid overspray (nevel). Ervaringsdeskundige gebruikers beweren ook dat het spuitbeeld “gladder” is dan HVLP.